|
G.J. Buitendijk, De economische krimp bedroeg in september 2008 nog 1,9 %. Vervolgens is deze in februari 2009 bijgesteld naar 0 %. Inmiddels blijkt uit de miljoenennota dat de krimp wordt geraamd op – 5 %. Ter vergelijking. In 1980 was dit -1 %. In de jaren omstreeks 1930 was dit -3,5 %. Ondanks de crisis is de koopkracht in 2009 en 2010 nog goed op peil. Dit betekent dat in 2011 de koopkracht nog even hoog is als voor de crisis. De crisis is wel merkbaar bij de bedrijfswinsten die dalen, de pensioenreserves die laag zijn, de waarde van de huizen die daalt en het aantal werklozen dat stijgt. Dit heeft vooral effect op de overheidsfinanciën. Van de investeringen in de bancaire sector van € 80 miljard is inmiddels € 30 miljard terugontvangen, zodat een tekort van € 50 miljard resteert. De extra ondersteuningsmaatregelen van het Rijk bestaan met name uit arbeidsmarktgerichte ondersteuning, duurzame energie en dergelijke. Daarnaast werkt de automatische stabilisatie door verminderde belastingopbrengsten en stijgende uitgaven van het Rijk tot meer bestedingsruimte, maar ook tot een steeds hoger tekort.
Het EMU saldo was in
2008 nog + 1 % en is inmiddels verslechterd tot – 6 %. De belangrijkste
boodschap hieruit is dat dit niet vanzelf weer goed komt en er niet op
een automatisch herstel van het begrotingstekort kan worden gerekend.
Zelfs als in 20011 de groei weer 2 % zou bedragen, dan nog is het tekort
in 2015 tussen 4 en 6 %. De conclusie van het kabinet is dan ook dat
grootscheepse ingrepen nodig zijn. 1 % BBP is 6 miljard euro. 6 % is dus
35 miljard euro. In voorjaar 2009 is een aanvullend regeerakkoord
opgesteld. Dit is uitgewerkt in de begroting 2010. Een belangrijk punt
daarin is om pas in 2011 te gaan ombuigen en dan nog onder voorwaarde
dat de economische groei dat dan toelaat. Volgens de verwachtingen op
dit moment ziet het hier wel naar uit. Het Rijk zoekt het ombuigen van €
5 miljard dan vooral in Voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op langere termijn richt het kabinet zich vooral op AOW, gezondheidszorg en renteaftrek hypotheken. Daarnaast zijn 20 werkgroepen ingesteld om nadrukkelijk tot voorstellen voor kostenreductie van minimaal 20 % te komen. Ook de inkomstenkant wordt bezien om het EMU tekort terug te dringen. De uitkomsten van deze studies worden in het eerste halfjaar 2010 verwacht, waarna ze in de begroting 2011 kunnen worden verwerkt. Voor de mede overheden is belangrijk dat deze ook in de plannen van het Rijk een rol hebben en dat de overheid het schatkistbankieren invoert. Het weer invoeren van de normeringsystematiek hangt af van de ingrepen in de netto gecorrigeerde rijksuitgaven, de ingrepen in de bancaire sector en de uitkomst van de evaluatie die al was voorgenomen. Voor 2009-2011 is de omvang van het accres besproken en geeft dit zekerheid. Vanaf 2012 is dit een belangrijk punt. De meicirculaire 2009, de motie Haarlemmermeer en de nadere brief met informatie van het Rijk hebben geleid tot extra berekeningen over het accres als dat zou zijn toegepast. Dit is in het bestuurlijk overleg van augustus besproken en heeft niet geleid tot nieuwe cijfers. De scenario’s zijn dat er nog steeds grote onzekerheden zijn en de keuzes van een nieuw kabinet in 2011 onzeker zijn. Bij het doorvoeren van de Wet TReM naar de gemeenten op basis van 0,5 % korting betekent dit dat het accres nominaal onder 0 % komt te liggen. Stel Rijksbezuinigingen vanaf 2011 op € 35 a € 40 miljard. Dan zijn daarin de relevante uitgaven van het Rijk voor het GF circa € 17 miljard. Dat betekent € 3 miljard ombuigen op het gemeentefonds. (Is circa 20 %).Dit is wel de orde van grootte waar we aan moeten denken. Samenvattend zijn de overheidsfinanciën uit het lood geslagen, bestaan grote onzekerheden en grote ombuigingen staan ons te wachten. De deal over het accres tot 2011 is een faire deal voor de gemeenten. Juist de jaren na 2010 geven de problemen. Een extra complicatie zijn de raadsverkiezingen in maart 2010 en de ambities die bij een nieuwe raad meestal groot zijn. Het financiële beeld kan behoorlijk negatief uitpakken. Maak daarom de betrokkenen binnen de gemeente rijp om voor te sorteren welke keuzen een nieuwe raad en college zal kunnen en moeten maken.
|